Zoeken
Econsultancy homepagee
Nederlandse versie   Deutsche Version   English version
Archeologie > Projecten > Gecombineerd onderzoek in verschillende bodemlagen is kosteneffectief

Gecombineerd onderzoek in verschillende bodemlagen is kosteneffectief

De kracht van Econsultancy ligt in de veelzijdigheid aan aanwezige expertises, waardoor een breed scala van onderzoeken in-huis, door onze eigen projectleiders, kunnen worden uitgevoerd. Voor de onderzoeken die zich richten op de bodem, is het niet altijd dezelfde laag die door de verschillende disciplines onderzocht dienen te worden. Een goed voorbeeld hiervan zijn een milieuhygiënisch en een archeologisch onderzoek, welke zijn uitgevoerd voor een locatie nabij Kraggenburg, binnen de gemeente Noordoostpolder.

Gezien de doelstelling of er wel of geen grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, richt het milieuhygiënisch onderzoek zich normaliter op de bovenste twee meters (met de nadruk op de eerste halve meter), aangezien mens (en dier) hiermee het meest in contact kan komen. Tijdens de veldwerkzaamheden worden van het opgeboorde materiaal grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij eventueel aanwezige bodemlagen met verontreini­gingskenmerken of een afwij­ken­de textuur separaat worden bemonsterd. Voor het bemonsteren van grondwater worden peilbuizen geplaatst. De grond- en grondwatermonsters worden vervolgens door een geaccrediteerd laboratorium geanalyseerd op eventueel aanwezige verontreinigingen.
 
Vanuit archeologisch oogpunt zijn de de bovenste twee meters minder interessant. Voor het merendeel van het gebied binnen de Noordoostpolder is de bovenste bodemlaag gevormd tijdens de Vlie stormvloeden in de Vroege-Middeleeuwen en de Allerheiligenvloed in 1170 na Chr. Daarbij werd een dik pakket van vooral zandige klei afgezet (het zogenaamde Laagpakket van Walcheren). Voorafgaand vond veel afslag van (Basis)veen plaats, vooral ter plaatse van de overstromingsgeulen. Echter, niet overal is het veenpakket afgeslagen. Daar waar het veenpakket, of in ieder geval het onderste deel bewaard is gebleven, is tevens de top van het Pleistocene dekzand nog intact aanwezig. In de periode van de Jager-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum en Mesolithicum), tijdens de laatste IJstijd en het begin van de huidige warme periode (Vroeg-Holoceen), lag de zeespiegel nog een stuk lager, waardoor een groot deel van het Noordzeegebied geschikt was voor bewoning, destijds in de vorm van kleine, kortstondige jachtkampementen.
 
Voor het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie bleek de top van het Pleistocene dekzand nog intact aanwezig te zijn, op basis van de waargenomen podzolprofielen tijdens de verkennende fase van het archeologisch onderzoek. Hierin kunnen dus nog archeologische waarden worden verwacht uit de periode van de Jager-Verzamelaars. Tijdens de karterende fase is daarom de top van het intacte dekzand bemonsterd en nat gezeefd, om zo eventueel aanwezig archeologische resten en indicatoren op te sporen. Normaliter wordt dit gedaan met behulp van een handmatige Edelmanboor met een megaboor (12/15 cm diameter). Vanwege de diepe ligging van de top van het Pleistocene dekzand in de met grondwater verzadigde zone (rond 2,5 m -mv), is dit praktisch gezien niet haalbaar. Voor dergelijke locaties wordt vaak gekozen om met een machinale boorstelling monsters te nemen, in dit geval in de vorm van een volle avegaar (diameter 15 cm). Afgezien van een enkel fragment houtskool zijn in het zeefresidu van de boringen echter verder geen archeologische indicatoren aangetroffen.
 
De resultaten van het milieuhygiënisch onderzoek hebben uitgewezen dat, met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, er geen belemmeringen zijn voor de toekomstige bestemming. Voor het archeologisch onderzoek is geconcludeerd is dat er geen aanleiding is om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen de locatie te vermoeden. Econsultancy heeft dan ook geadviseerd, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Wel dient opgemerkt te worden dat de gevolgde methode ongeschikt is voor het wel of niet uitsluiten van de aanwezigheid van scheepsresten die verloren zijn gegaan tijdens de boven beschreven stormvloeden. Vaak is deze verwachting gekoppeld aan historische bronvermeldingen.
 
Een bijkomend voordeel van verschillende disciplines in huis is dat het onderzoek voordelig heeft uitgepakt door een combinatie van de veldwerkzaamheden.


< Terug

ECO Update

Wilt u de ECO Update per post ontvangen? Meld u dan hier aan.

Klik hier voor de laatste ECO Update 19.
Twitter

Twitter

Twitter word geladen..