Bij sanering van bodemverontreiniging is het mogelijk om in bepaalde gevallen (rest)verontreinigingen in de bodem achter te laten. Denk hierbij aan IBC-saneringen, leeflagen of stabiele pluimen. Om het behaalde saneringsresultaat in stand te houden is veelal nazorg noodzakelijk. Bij in situ-saneringen is een langjarig beheer van het systeem nodig.
|